Monday, February 02, 2004

DEEL 2: BANAANTJE RETURNS

Wegens succes ontstond ook dit tweede deel van onze gele vriend. Lees het maar snel! Eigenlijk is dit het tweede deel van het tweede deel, maar wat er hiervoor getypt was kan ik niet meer vinden helaasch!



Het was donker. Banaantje voelde een ontzettende pijn in z'n hoofd terwijl hij weer bij bewust zijn kwam. 'Wat is er toch gebeurd?' vroeg hij zich aldoor af. Het laatste wat hij zich kon herinneren was dat hij op zoek was naar z'n hagelslagje en op miraculeuze wijze in het paradijs terecht gekomen was, waar hij moest vluchten voor een blote mevrouw met een vijgeblad om haar middel.

Hij tastte wat om zich heen en merkte dat z'n omgeving warm en vochtig was. Goed bewegen kon hij zich niet, het leek alsof hij in een soort koker gewikkeld was. Toen herinnerde hij het zich weer: de slang! 'De paradijstuinslang had me opgegeten!'
Nou daar zat ie dan mooi mee. Op deze manier kon hij nooit z'n teerbeminde hagelslagje te pakken krijgen. Er restte hem slechts 1 oplossing voor dit probleem: de slang moest hem uitkotsen.

Nougoed, Banaantje baande zich een weg naar de huig van de slang en sloeg er een paar keer tegenaan. Dit leek aardig te helpen, de slang schokte met heel z'n lichaam en spoog al z'n middageten de paradijselijke vlaktes op. Half verteerde muisjes, bosbessen, wormen, maagzuur.. alles lag nu buiten de slang, inclusieg de held van dit verhaal: banaantje.
Maar hoe nu verder?


Banaantje, die door zijn verblijf in de maag van de Paradijstuinslang absoluut niet meer wist welke aanwijzingen hij meegekregen had om zijn hagelslagje te vinden, wist helemaal niet meer waar hij het zoeken moest. Hij besloot terug te keren naar aarde, want hij begon Mandarijntje inmiddels wel enorm te missen. Maarja, wat zou zij van hem vinden nu hij niet meer in staat zou zijn met haar te communiceren? En wat zou hun nageslacht nou wel niet moeten denken?

Al tobbend liep de gekromde held rond, op zoek naar de lift, toen hij ineens de aarde onder z'n voeten voelde verdwijnen. Hij keek naar beneden en merkte dat hij per ongeluk de lift voor bij gelopen was en over de rand van het Paradijs gestapt was.
Met een noodvaart viel Banaantje naar beneden, en hij zou het zeker niet overleefd hebben, als er zojuist niet een pelikaan voorbij vloog. De Pelikaan had die dag hard gewerkt bij de Haringvisserij en was onderweg naar z'n vrouw en kinderen. Vermoeid sperde hij z'n bek open om te gapen en daar viel onze Banaan binnen. *spletsjj!* klonk het, terwijl hij in de -hoenoemjedat- snavelzak belandde, midden tussen een dozijn vers geschepte zure haringen..

De Pelikaan had die dag hard gewerkt bij de Haringvisserij en was onderweg naar z'n vrouw en kinderen.
Vermoeid sperde hij z'n bek open om te gapen en daar viel onze Banaan binnen. *spletsjj!* klonk het, terwijl hij in de
-hoenoemjedat- snavelzak belandde, midden tussen een dozijn vers geschepte zure haringen..

De haringen waren niet erg gecharmeerd van Banaantje's spontane inval in de pelikanenbek. Ze waren net bezig een potje te klaverjassen en nu lagen alle kaarten door elkaar. 'Kijk nou eens wat je doet, achterlijke kromme tentharing!' zeiden ze verontwaardigd en ze begonnen Banaantje heen en weer te duwen. Banaantje werd hierdoor erg misselijk en kotste de zure haringen onder, die hierdoor nog zuurder werden dan voorheen. Toen waren ze weer stil.
De pelikaan, die overigens Pjottr heette, was inmiddels bij z'n nestje beland aan de branding van de zee en riep vrolijk tegen z'n familie: 'Kwraaawk!', wat zoveel betekent als 'Daar ben ik weer!' 'Ah das mooi,' kwraawkte z'n vrouw terug, 'ik begon net honger te krijgen, Jantje heeft heel m'n krop leeggegeten.' Pjottr sperde z'n bek open en Banaantje, nu een beetje groen aangeslagen, keek recht in de ogen van de vrouwtjespelikaan.
'Gadverdamme schat, er heeft een banaan in je snavelzak gekotst!' riep ze. Hierop keerde Pjottr onmiddelijk z'n krop om en Banaantje viel met alle haringen uit de krop op de rotsen. Banaanjes hoofd werd voor een tweede keer een beetje beurs maar hij maakte dat hij wegkwam voordat de pelikaan Pjottr hem fijn kon stampen met z'n gevaarlijke zwemvliespoten....


Banaantje rende voor z'n leven maar zag dat hij het einde van de rotskust had bereikt. Hij keek over de rand en zag dat hij enkele meters boven een rotsbodem gebogen stond. Achter hem kwam echter Pjottr de Pelikaan weer aan en in een moment van verstandsverbijstering sprong hij over de rand en stortte zich ter aarde.

Terwijl Banaantje de rotskust op zich af zag komen schoot z'n leven aan hem voorbij. Hij zag in een flits hoe hij als jong banaantje voor het eerst de duisternis van z'n bananenschilletje tot zich nam. Hij zag hoe hij voor het eerst kennismaakte met de buitenwereld. Hij zag z'n hagelslagje prijkend in z'n keel terwijl hij bijna dreigde te stikken. Maar vooral zag hij zijn teerbeminde Mandarijntje. Hij dacht: 'als dit m'n laatste gedachten zijn, laat ik er dan in elk geval iets moois van maken.' In z'n gedachtenbeeld lag hij in bed in de armen van Mandarijntje, samen gorgelend uit het raam starend naar de zonsopgang. De vogeltjes fluitten, de bijtjes zoemden en een geur van vers gemaaid gras hing in de kamer.

En met die gedachte viel de Banaan in stukken op de rotskusten van Noord-Ierland, om later opgepeuzeld te worden door een groep hongerige zeemeeuwen. Hij heeft z'n hagelslagje nooit meer terug kunnen vinden, maar z'n liefde voor Mandarijntje is tot op de dag van vandaag nimmer verdwenen.




DEEL 3: BANAANTJE DOES IT AGAIN
Dit deel is nooit echt helemaal af gekomen. Op een gegeven moment was iedereen zo vrolijk bezig dat het verhaal een beetje warrig werd, en zodoende liep het wat op de klippen. Ik heb sindsdien ook nog geen zin in gehad om het netjes te ordenen en zo. Maar het blijft desondanks leuk om te lezen, en er gebeurt een hoop!



Het spannende verhaal van Banaantje de Banaan, deel 3: Banaantje does it again!

Wat er vooraf gebeurd was: Banaantje viel na een van z'n wilde avonturen te pletter op de rotsen, en daarna kwam hij alsvolgt weer terug in leven:


zwart.... leegte... de wereld lijkt uiteen gevallen in allemaal kleine brokjes en daarachter ziet hij een tunnel...
donker en vochtig als een graf, en net zo meurend. Een brullend geluid voor hem trekt zijn aandacht, hij kijkt op
en ziet ploteling twee verblindende lichten met enorme snelheid op hem af komen. Met alle kracht en
inspanning nog resterend in zijn uitgetelde ziel werpt hij zich naar de zijkant... een oorverdovend gebulder volgt,
daarna stilte.. eeuwige stilte? het lijkt een eeuwigheid maar op dat moment komt onze held weer iets bij
bewustzijn komt in een erg vreemde omgeving verblindend licht van de TL buizen schijnt door een glazen bak
op de buitenkant van zijn schilletje curieuzer en curieuzer, zich verwonderend over de schil die hij al aan het
begin van zijn leven weggeworpen had, maakt hij stiekem een kleine opening die hem wat uitzicht naar buiten
verschaft..
LICHT!!!! LUCHT!!! LEVEN!!! hij heeft de dood getrotseerd en overwonnen!
Een warm zachtrood enorm fel licht schijnt op hem van vlak boven, maar na zijn ogen zo goed als dicht
geknepen te hebben kan hij vagelijk onderscheiden dingen onderscheiden en hij merkt dat hij aan zijn hoofd
hangt aan een groen steeltje, en overal om hem heen mede-banaantjes hangen. Wat een drukte! Banaantje
roept "haalllloooo!"... maar er volgt geen reactie.. "JOEEEEEEEEHOEEEE" nogmaals op zijn aller hardst maar de andere banen vertonen geen teken van leven..
Een bui van droefgeestigheid overvalt hem; hij is de enige van zijn soort, opnieuw. Maar dan hoort hij het geluid van voetstappen... Bananenplukker Banjo heeft het lawaai opgemerkt en plukt banaantje en zijn tros af...

the saga continiues? time for revenge?
--

Met grote ogen kijkt Banjo de bananentros aan. Banaantje trekt snel de opening dicht die hij gemaakt had en houdt zich muisstil. "Hoorde ik daar een banaantje roepen?" vraagt de bananenplukker met lage stem.
"Nee hoor, ik zei niks!" piept Banaantje terug. "Oh dan is het goed," zegt Banjo en hij pakt een touwtje en bindt de tros weer vast.
Banaantje haalt opgelucht adem als Banjo uit de kas is verdwenen. "Oef, dat scheelde niet veel of ze hadden me in een inrichting voor gestoorde bananen gezet!" denkt hij terwijl hij z'n schil weer open maakt. Hij buigt zich voorover en ziet dat de grond toch wel erg ver onder zich is. "Owjee als ik daar maar geen beurse onderkant van krijg" slikt Banaantje, "ik heb tenslotte nog geen voetjes ontwikkeld in dit leven." Maar gelukkig had hij wel al handjes, dus onze gele held klauterde langs de trossen bananen omhoog richting het dak van de kas.....
--
Pas op niet vallen !! (riep Taartjuh) Want ik vin je zo liehief banaantje (en toen ging Taartjuh slaapie doen)
--
Banaantje keek op. Wat was dat voor mysterieuze stem die hem daar behoedde voor een noodlottige val? Een stem uit z'n vorige leven? Hij kon het zich in elk geval niet meer herinneren en klimde behoedzaam verder tot aan de nok van de kas. De zon scheen fel buiten en Banaantje had het wel erg warm gekregen inmiddels van al dat geklim. Maar de warmte had hem wel goed gedaan want nu bungelden er ineens 6 voetjes aan z'n onderlijf. "Hoera, ik heb weer voetjes!" riep Banaantje uit en enthousiast schopte hij een gat in het raam boven hem zodat hij de kas uit kon klimmen...
--
Eenmaal buiten stond banaantje in een radijsje veldje waar hij plots een stemmetje hoorde het was een radijsje. Het radijsje vroeg aan banaantje hoe hij ontsnapt was van zijn tros. Dus vertelde banaantje zijn verhaal. Radijsje zij droevig dat hij vast zat in de grond en daar niet weg kon komen. Ze praatte nog wat en zo had banaantje zijn eerste vriendje gevonden.
--

Samen bedachten Radijsje en Banaantje een plannetje over hoe ze Radijsje uit de grond konden krijgen. Ze dachten en ze dachten en ze probeerden van alles uit..
Banaantje probeerde Radijsje uit de grond te trekken door met zijn volle gewicht aan radijsje te gaan hangen, maar het wilde niet baten..
Banaantje probeerde de aarde rond Radijsje weg te graven maar de aarde was te hard om ook maar een beetje beweging in te kunnen krijgen.
Bedroefd ging Banaantje weer naast Radijsje op de grond zitten..
--
Bedroefder en bedroefder begonnen Banaantje en Radijsje zich af te vragen hoe Radijsje ooit zou kunnen ontsnappen. Na een droevig en lang afscheid van Banaantje "Ik zal terug komen met hulp, dat beloof ik je" zet Banaantje de eerste stap richting het kronkelende zandpad in de verte...
...maar toen begon de grond te trillen... een aardbeving!!! Het wordt alsmaar erger en de kas installatie waar Banaantje net uit is ontsnapt stort met een harde knal in.(zo; nu niet weer doodgaan :P) een eindje van Radijsje en Banaantje vandaan begon er een kloof in de grond te vormen. Er gaat een wereld voor ze open.. uhmz.. ik bedoel, steeds dichter bij Radijsje begint de grond te splitsen. WAAAHHHH!!
Maar gelukkig net op het laatste moment kan Radijsje zich nog vastklampen aan de rand van de kloof, en blijft daar aan de wortels bungelen...
--
Banaantje, die zich haastig achter een struik had verstopt, kwam tevoorschijn en zag Radijsje bungelen boven de oneindige afgrond. "Help help!" riep Radijsje en daarop besloot Banaantje dus maar te gaan helpen. Hij rende naar de kloof, springend over scheuren en stukken kas en bananenschillen en greep Radijsje vast aan z'n bladgroen. Hij trok uit alle macht en *FLOEP!* daar vlogen ze beiden de lucht in, Radijsje bevrijdt van een gewisse dood.
Ze belandden in een boomtop en daar wachtten ze totdat de aardbeving gestopt was.
Toen zei Banaantje nors: "Mijn kont is beurs."
--
En zo zaten Radijsje en Banaantje (met de beurse kont) een tijdje in de boom totdat radijsje zei:"Zo, en wat gaan we nu eens doen?" Banaantje dacht even na en zei toen:"Zullen we dan maar een zonnebankje pakken?"
Daar was de Radijs het wel mee eens en voorzichtig klommen ze uit de boom. Toen stonden ze echter voor een volgend probleem, want nergens in de wijde omtrek was een bankje te bekennen.
"Welnu, dan zullen we naar de zon moeten afreizen om daar nieuwe zonnebankjes te halen", besloot Banaantje en ze gingen op zoek naar een hittebestendig ruimteschip met plaats voor 2 personen en een bankje..
--
Ze sprongen uit de boom en wisten bij God niet waar ze moesten gaan zoeken naar het ruimteship dat ze in hun hoofd hadden. Ze besloten maar te gaan lopen en kijken wat er van hun zoektocht terecht zou komen. Maar in eens was daar meneer Aubergine die hun pad kruistte. Meneer Aubergine is een wijs man. Hij weet overal wel wat van. Dus Banaantje schroomde niet en vroeg hem of hij wist waar er
ruimteschepen bestonden die zij konden gebruiken voor hun spannende reis naar de zon. Meneer Aubergine wist niets over ruimteschepen , daar was hij immers te oud voor... die technologie was niet aan hem besteed. Maar hij wist wel van een Mevrouw Selderij die sinds kort haar diploma voor magie gehaald had. Zij kon hen wel verder helpen. Mevrouw Selderij woonde toen nog in haar nederige huisje vlak bij het maisveld. En zo gingen radijsje en Banaantje op zoek naar deze, wederom wijze, vrouw. Onderweg vertelde radijsje tegen banaantje dat hij toch wel bang was voor de lange tocht......
--
"Maar waarom ben je dan toch zo bang, Radijsje?", vroeg banaantje
"Nou weet je," zei deze, "Radijsjes zijn eigenlijk helemaal niet zo hittebestendig.. ik ben bang dat als ik te dicht bij de zon ga komen straks dat ik in een radijzenstoofpot ga veranderen!"
Banaantje dacht na en zei:"Hmm daar zeg je wel wat.. en misschien verander ik dan wel in een gebakken- banaan-met-rijst-maaltijd!"
Ze liepen een tijdje zwijgend verder en toen zei Banaantje:"Weetje wat, we vragen wel een oplossing aan mevrouw Selderij zodra we daar komen.."
Op dat moment begon de grond alweer te trillen en onze helden vreesden al dat de grond weer zou openscheuren maar nee, het was iets anders. Uit de grond voor hend kwam met grote snelheid een selderijstengel naar boven schieten, gekleed in een mysterieuze mantel en een raar vierkant hoedje op het hoofd. Het was niemand anders dan Mevrouw Selderij en ze keek Bannantje en Radijsje doordringend aan...
--
"wie en ik zeg WIE????? durft mijn wijze raad op te roepen op zo'n lekkere luie dag als deze??!!" Banaantje en radijsje reageerden heel geschrokken. Ze hadden een lieve behulpzame oude vrouw verwacht, maar deze mevrouw leek helemaal niet lief. Het bangerige radijsje wist niet wat te doen en verstopte zich maar achter zijn vriendje Banaantje.Banaantje schrok ook wel , maar wist dat hij het erop moest wagen... "ik ben naar u doorverwezen door Meneer Aubergine....weet u nog iets van deze aardige meneer te kennen?" Mevrouw Selderij's ogen werden groter en groter en Banaantje was als de dood voor wat ze zo dadelijk zou gaan zeggen, hij nam 2 keer diep adem...en wachtte..... Het gezicht van Mevrouw Selderij veranderde in een wat aangenamere Mevrouw Selderij. Ze vertelde dat ze een tijd geleden door 2 kiwi's gestoord werd die haar vertrouwen beschaamd hadden. Door wat wilde ze niet zeggen en Banaantje durfde er ook niet naar te vragen. "mijn excuses voor mijn reactie, mijn medevriendjes" En met die woorden kwam Radijsje langzaam van achter Banaantje vandaan. "Wees niet bang "zeiden Banaantje en Mevrouw Selderij tegelijk.
--
Nog twijfelend kwam Radijsje ook weer tevoorschijn en toen legden de twee avonturiers hun verhaal uit aan Mevrouw Selderij. "Zozo, dus jullie willen een zonnebankje pakken hè.. dan mogen jullie eerst wel eens zorgen dat je een astronautendiploma haalt! Deze opleiding duurt eigenlijk 20 jaar, maar ik denk dat ik met een beetje van mijn magie wel een beetje ervaring in jullie kan toveren. Dan hoeft het met een beetje geluk niet langer dan 1 maand te duren. Maar daar moeten jullie wel eerst wat voor doen."
Ze wenkte Banaantje en Radijsje en liep in vlotte tred naar een klein huisje een eindje verderop. Het huis leek op een slakom vanuit de verte en toen ze dichterbij kwamen bleek het er nog een te zijn ook.
"Dit is de Slakom der Eeuwige Wijsheid," sprak Mevrouw Selderij plechtig, "Hierin zit alle wijsheid verscholen die jullie nodig hebben, en nog wel meer ook. Maar jullie krijgen alleen de dingen die jullie zelf nodig hebben."
"Dat is prachtig, mevrouw Selderij!" zei Banaantje blij, "Hoe gaat dat in zijn werk?"
De Selderij wees naar de zijkant van de schaal. Daar zat een zwarte stekker aan vast, met een kabel van wel 1500 meter lang. "Deze stekker moet eerst in een stopcontact zitten voordat de kom kan werken. Als dat gebeurt is zal de kom oplichten en dan moeten jullie aan de rand gaan staan en jullie wens uitspreken. Vervolgens springen jullie in de kom en dan gebeurt de rest vanzelf."
Radijsje sprong op en neer van opwinding. "Wat leuk, wat leuk, we mogen in een slakom springen!" vervolgens keek hij even om zich heen en zei toen: "..Maar waar is het stopcontact?"
Mevrouw Selderij zette grote ogen op en zei:"Dat moeten jullie eerst opzoeken." Ze gaf de stekker aan Banaantje en zei: "Deze stekker heeft een kabel van 1.5 kilometer lang. Zoek de omtrek af naar een stopcontact en kom dan terug. Als jullie in moeilijkheden komen, trek dan 5 keer aan de kabel dan sleep ik jullie terug hier naartoe. Succes, vrienden!"
--
Radijsje en Banaantje vertrokken vol goede moed op hun zoektocht naar een stopcontact. Onderwijl keuvelden ze gezellig verder over de indrukwekkende slakom en over Mevrouw Selderij die toch wel heel lief was om hen te willen helpen. "Gelukkig is het een slakom en geen food processor waar we in mogen springen," merkte Radijsje nog op, "want daar heb ik al wat familieleden aan verloren die dachten dat ze zo hun amibitie om een koeienvla te worden konden vervullen. Bullshit, zei ik nog, maar nee, ze luisterden niet en ze werden tot groetenmousseline vermalen"
--
"Nou dat zal ons heus niet gebeuren",zei Banaantje,"zo is het" antwoordde Radijsje wijs. "daar zijn wij veel te slim voor" en hij huppelde blij voort naast Banaantje. "Zeg" zei Banaantje plotseling,"ik vindt die stekker steeds zwaarder worden, of is dat nou verbeelding?
"Nee hoor" baste een zware stem achter ze "dat is de wet van de zwaartekracht hahahahahahaha!" Banaantje en radijsje keken verbaasd om wie dat was, hij stelde zich reeds voor "ik ben Groen de komkommer en zei daar is mijn geweldige vrouw de Gele Kommommerin, en die 12 augurkjes die ze aan haar rok meesleept DAT zijn nu onze kwamkwammertjes, knap zijn ze he? Ze lijken precies op mij" pochte de Komkommer trots als een pauw. "Hoe is jullie naam?" vervolgde Groene Komkommer. "Nu ik ben Banaantje en dit is mijn vriendje Radijsje, leuk om kennis met U en Uw gezin te mogen maken" zei Banaantje beleefd.
"Waar wonen jullie?" vroeg Radijsje toen zeer nieuwschierig.
"Oh! heel comfotabel" kirde Komkommerin "we wonen op het grote Komkommerveld naast de Oude meneer Olm, ga met ons mee, dan kunnen jullie lekker uitrusten"
"Ja gezellig riep Komkommer mogen jullie 'n dag of wat op onze kwamkwammertjes passen, terwijl wij er tussenuit gaan de stad in, of zo nietwaar, mijn lieve Kwamkwammerin?"
--
"Euh nou dat is erg aardig aangeboden, meneer Groen," zei Banaantje, "maar ziet u, wij moeten een stopcontact voor deze stekker vinden anders kunnen we geen astronautenervaring opdoen en kunnen we geen ruimtediploma halen en kunnen we geen ruimteschip gaan zoeken en kunnen we niet naar de zon om een zonnebankje te pakken!"
Groen de Komkommer keek zijn komkwammerinnetje even aan, keek toen weer terug en zei:"Ik weet al iets. Wij hebben een heel mooi stopcontact in onze achtertuin liggen. Als jullie een middagje op onze 12 kleine augurkjes willen passen, dan mogen jullie zo lang gebruik maken van mijn stopcontact als je wil."
Radijsje tikte Banaantje aan en fluisterde:"Zullen we dat nou wel doen, Banaantje?" Banaantje fronsde z'n bananenwenkbrauwen en zei:"Natuurlijk doen we het, ik ben dol op augurkjes!"
--
Zo gingen Banaantje en Radijsje met hun stekker, mee naar het huis van de fam. Komkommer. Het was inderdaad een aardig optrekje vond Banaantje, de Komkommer meneer Groen zei gastvrij: "kom binnen, en doe maar net of je thuis bent."
Dat lieten de twee vrienden zich geen 2x zeggen, uitgeput ploften ze op 'n zacht van verendons gemaakt kleed op de houten vloer neer, deze woning was vroeger gemaakt van twee grote op elkaar geplaatste sinasappelkisten . Er hingen schilderijen aan de wand van de fam.Komkommer hun ouders en grootouders. In het midden van de kamer stond een mooie sigarenkist met dichtgeklapt deksel, deze diende als kast en als tafel,"kom schuif aan" zei mevr. Komkommerin, "dan schenk ik een lekkere notendop vol met fris regenwater voor jullie in ,of hebben jullie liever honinglimonade?"
"Nou dat lust ik wel" riep Radijsje blij,"doe mij ook maar" zei een verheugd Banaantje,terwijl hij rondkeek of hij al ergens dat stopcontakt zag.
De 12 kwamkwammertjes waren ondertussen heel vals een liedje aan het zingen......
het ging zo.
"Banaantje dat liep op de spoorwegbaan,
toen kwam er in de verte 'n treintje aan,
Banaantje keek niet uit ooweeeee,
tuut tuut tuut
banaanpuree!!!!
"Hahahaha" lachte pa Komkommer, "wat zijn ze al creatief he?"
Dat zagen de stoute augurkjes als een aanmoediging,en ze vervolgden hun vals gezang met....
"Radijsje dat liep op de" en toen viel Banaantje die ineens aan een vroegere nare ervaring moest denken flouw."Ja dat komt er nou van! krijsde ma Komkommerin,tegen pa Komkommer "jij ook altijd met je vrije opvoeding!"
"Voor straf allemaal naar jullie bed! Vort naar boven" riep ze kwaad tegen haar kinderen,terwijl ze Banaantje die alweer bij zijn positieven kwam zijn gele toet afnam met een koud doekje.
De kwamkwammertjes klommen zonder een woord te durven zeggen de touwladder op naar hun kamer.
Alles was nu rustig, Banaantje en Radijsje genoten eindelijk van hun honinglimonade, en meneer en mevr. Groen spraken af wat ze gingen doen. "Ik hoorde dat er een bal is op paleis Woestdijk" zei Komkommer, "ooooo wat enig laten we daar dan heen gaan kirde Komkommerin"
En ze vertrokken per meloenen taxi dezelfde dag naar het paleis.
Banaantje en Radijsje gingen meteen naarstig op zoek naar het stopcontakt!
--
"Het stopcontakt zou toch in de tuin liggen?" vroeg Radijsje aan Banaantje."Jawel dat had meneer Komkommer zelf gezegt, maar ik ben al 3x in de tuin wezen zoeken,en ik kan het nergens vinden" zei Banaantje een beetje wanhopig.
"Laten wij het aan de kwamkwammertjes vragen,die weten het vast wel" Bedacht Radijsje pienter, dus klommen ze de touwladder omhoog. Eenmaal boven in de kamer van de augurkjes zagen ze alleen 12 lege groene augurkenbedjes........
--
"Zeg Radijsje wat is dat nou, jij zou toch op die koters passen terwijl ik de tuin ging inspecteren?" zei Banaantje tegen Radijsje. "Ik eh.. nou eh.. zie je.." stamelde Radijsje, en daarna begon hij te huilen."Boehoe, de augurkjes zeiden dat ik een *snotter* lelijk klein rood *bler* opdondertje was en hadden me van de trap af gegooid. Toen.. toen ik weer bijkwam was jij net klaar met zoeken en *sniff* nu zijn ze weg!"
"Ach kom nou Radijsje, laat je toch niet zo kisten door een stelletje augurkjes! Kom op, we gaan ze zoeken." Radijsje snoot nog een keer z'n neus in de kussensloop van een van de augurkjes en vermande zich. "OK, we pakken ze!"

Op dat moment hoorde ze een gestommel wat van bovenaf leek te komen. "Ze zitten op het dak!" riepen Banaantje en Radijsje tegelijk en ze klommen vlug uit het raam het kartonnen dak op. "Kom terug, stelletje belhamels!" Zei Radijsje, die als eerste het dak op kwam en de augurkjes op het randje zagen zitten.
"Nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee, nee!" riepen de augurkjes een voor een.
"Maar waarom dan niet?" vroeg Banaantje, die er nu ook bij gekomen was. "Straks vatten jullie nog kou!"
Daarop haalden de augurkjes een sjaaltje uit hun binnenzak en deden het om hun nek. "Nee hoor!" riepen ze triomfantelijk. "Dadelijk storten jullie te pletter en breken jullie je augurkenlijfjes nog!" probeerde Radijsje. Daarop haalden de augurkjes allemaal een parachute uit hun andere zak en zetten die op hun rug. "Nee hoor!" riepen ze weer.
Banaantje en Radijsje keken elkaar even aan en sprongen toen op de rekels af. Deze sprongen allemaal tegelijk van het dak af en daar vlogen 12 parachuutjes door de lucht. Onze helden hadden echter geen parachute om en zouden zeker te pletter zijn gevallen als de parachuut van 2 van de augurkjes hun val niet brak.
Banaantje maakte handig gebruik van deze situatie en greep, toen ze de grond raakten, de augurk waarop hij nu belandt was bij z'n lurven en wikkelde hem in z'n parachute. Radijsje deed hetzelfde en zo hadden ze al 2 van de augurkjes te pakken.

De andere augurkjes waren inmiddels naar alweer boven gerend en gingen weer op het dak zitten. Affijn, zo moesten Banaantje en Radijsje hun actie nog 5 keer herhalen en uiteindelijk waren alle augurkjes netjes ingepakt en konden niet meer bewegen. Vlug stopte Banaantje ze in bed terwijl Radijsje het raam dicht deed en op het kinderslot knipte. Toen deden ze de deur op slot en kon hun zoektocht naar het stopcontact weer verder gaan.
--
"POEH!!" Zei 'n bezweten Banaantje, die met een stukje parachutedoek gele druppeltjes van z'n voorhoofd depte.
"Ik kan me voorstellen dat ma en pa komkommer er van tussen wilde." Kreunde het arme Radijsje, die met 'n pijnlijk gezicht zijn beurse radijs billen wreef.
"Weet je wat," antwoorde Banaantje mededogend, terwijl die van vermoeidheid zelf groene kringen onder zijn mooie barnsteenkleurige ogen had.
"Ga jij maar lekker rusten op het verentapijt in de huiskamer,dan zoek ik verder, let ondertussen wel 'n beetje op die augurkenloedertjes, als je ook maar iets hoord, roep me dan meteen naar binnen, dan ga ik boven kijken wat ze uitspoken! En nu de tuin weer in om dat stopcontact op te sporen." Riep banaantje manend tegen zichzelf.
Radijsje liet zich dankbaar op het zachte kleed zakken, en..... viel a la minuut in een diepe slaap.
Banaantje liep mopperend tussen de lange grashalmen en bloemen door,"waar is dat stomme ding toch?" riep hij ontredderd tegen zichzelf.
"Wat zoek jij INDRINGER? "Kraakte en knarste een wel heeeeel rare stem. Banaantje schrok zich ongans en struikelde van schrik ergens overheen op zijn knietjes.
"Kan je niet uitkijken UILENBAL?"
"Auwerde-auw" kermde Banaantje en veegde zijn zere knieen af, "wie zei dat?" vroeg hij met een benepen stemmetje.
"Hier vlak voor je gele neus, MINKUKEL! je struikelde wel over MIJN voet, dat is ten STRENGSTE verboden!"
Banaantje keek 'n beetje angstig omhoog, en zag boven zich een hoge oude boom uittoornen, die met een heel misprijzend gezicht op hem neerkeek.
"Ja KIJK maar SNOTAAP" zei de boom,"IK ben BAAS in EIGEN tuin, IK MIJNHEER OLM! en ik heb een ERGE AFGRIJSELIJKE WALGELIJK GLOEIENDE HEKEL AAN INDRINGERS, ik heb al genoeg ELLENDE gehad in dit door PAN verlaten oord." Hoogmoedig sloeg hij twee takken die wel iets van armen hadden, over elkaar,en sloot verwaand zijn harsig druipende knoestogen.
"Mijn naam is Banaantje" zei onze gele vriend schuchter terwijl hij bevend doch dapper zijn kleine hand uitstak naar meneer de Olm. die zijn ogen op een kiertje zette en hem verwonderd met opgetrokken schorsbrouwen aankeek.
"O zo" mompelde de oude krakende olm achterdochtig glurend tussen z'n halfgeloken oogleden, terwijl hij de hand van banaantje argwanend aanpakte. "Dan behoor jij zeker niet tot die CRIMINELE komkommerfamilie?"
"DE WATTE?" riep Banaantje verbijsterd, en viel van deze nieuwe schrik dit maal voor de verandering op zijn bananenkont!
--
"Hmm ik zie het al," zei de oude Olm, "jij kan nooit tot die criminele komkommers horen, daar ben je veel te onhandig voor.. maargoed, wat moet jij in MIJN tuin, snotaap?"

Banaantje legde stamelend zijn verhaal uit aan de oude boom, die ongeduldig luisterde. Toen hij klaar was zij de olm: "Zozo, dus nu zoek je een stopcontact hmmm? Welnu, omdat jij die 12 etterbakjes zo goed hebt weten te bedwingen zal ik je helpen, ik ben blij dat die voorlopig in elk geval geen takken meer uit mijn kruin zullen breken. Kijk eens achter mij, knulletje.."
Daarop volgde een luid gekraak en toen Banaantje achter de boom keek zag hij dat hij z'n achterste wortel uit de grond had getrokken en daaronder verscheen een witte gloed van een rechthoekig voorwerp. Het was een stekkerdoos!
"Fantastisch, meneer de Boom!" riep Banaantje uit en gaf de boom spontaan een knuffel. "Laat dat, flapdrol!" zei deze nors, "Pak die stekkerdoos voordat ik van gedachten verander en verdwijn uit MIJN tuin!"
Banaantje had nu wel door dat de oude olm het zo kwaad niet meende en lachte in zijn vuistje terwijl hij de stekkerdoos onder de wortels vandaan pakte. "Bedankt nogmaals!" riep hij, terwijl hij naar binnen liep, waarop de boom een nukkig "Hmpf" antwoordde en zijn wortel weer terug de grond in duwde.

Toen Banaantje terug de huiskamer in kwam zag hij daar meneer en mevrouw Komkommer op de bank zitten terwijl deze een kopje kruidenthee dronken met Radijsje de radijs, die inmiddels weer wakker was geworden.
"Ah kijk eens wie we daar hebben!" riepen deze gelijkertijd tevreden uit. Ze kletsten nog wat bij over hoe de middag was verlopen en meneer Groen complimenteerden onze helden met de manier waarop ze de situatie hadden behandeld. Tenslotte stopte Radijsje de stekker van de slakom in het daarvoor bestemde stopcontact waarna een vrolijk afscheid volgde.

"Bedankt nogmaals, vriendjes!" zei mevrouw komkommer. "En onthoud, als jullie nog eens langs willen komen dan zijn jullie altijd welkom!" "Dat zullen we onthouden mevrouw!" zei Banaantje, waarna hij zo hard als hij kon wegrende, gevolgd door een angstig kijkend Radijsje.
--
Ons bange radijsje snapte niet waarom hij zo hard werd meegesleurd weg van de Komkommerfamilie. "Banaantje....rustig aan...wat is er?" vroeg hij stamelend. Na een lang geheig vertelde Banaantje over de grote Olm en wat hij had gezegd over de familie en dat hij liever zo snel mogelijk weg wilde van de plek. Radijsje begreep het nog niet helemaal maar was allang blij dat het stopcontact gevonden was en was al razend benieuwd naar het volgende avontuur...
Onze vriendjes renden nieuwsgierig naar de slakom, die inmiddels een ronkend geluid aan het maken was. Mevrouw Selderij was nergens te bekennen en Banaantje en Radijsje hadden geen enkel idee hoe het nu verder moest. De nieuwsgierige oogjes van Radijsje keken even rond en zag toen bij een vierkante opening in de slakom een dik boek liggen. "Kijk Banaantje!!!!" Verukt keek hij Radijsje aan en pakte hem bij zijn kleine lieve handje en rende naar het boek toe. Hij probeerde te lezen wat er op het boek stond maar er zat teveel stof op de kaft. Samen bliezen onze vriendjes met alle macht en zagen toen een lang woord verschijnen: HANDLEIDING VAN DE SLAKOM DER WIJSHEID
--
"laten wij dat boek er samen uit tillen", zei Banaantje met een van opwinding bibberend stemmetje."Doen we!" riep het enthousiaste Radijsje, "dan lezen we wel in dat boek wat we moeten doen"
Met enorme inspanning, sjorde ze het voor hun enorme boek uit de vierkante nis. Met een HARDE klap kwam het 'n flinke stofwolk verspreidend, open op de grond terecht, waar de twee makkertjes er direkt opdoken.
"Wat staat er?" vroeg een brandend nieuwschierig radijsje, die nog niet zo goed kon lezen aan Banaantje, terwijl hij nerveus van de ene op de andere voet dansende.
"Er staat" las Banaantje die alle letters een voor een aanwees met zijn vinger terwijl hij spelde, "slakom-der-kennis-van-groenten-en-fruit"
"Wat nog meer?" "Wat nog meer?" vroeg 'n in zijn handjes klappend, druk op een been rond springend Radijsje!
--
"Rustig maar, rare radijs," zei Banaantje, die een beetje zenuwachtig van al dat gespring en gedoe werd, "het is maar een boek hoor. Lees liever even mee, dit handschrift is nogal onduidelijk." Ze tuurden beiden naar de bladzijdes van het dikke boek en na 2 uur keken ze elkaar aan en spraken gezamenlijk:"Aha!"
Er viel een korte stilte, waarna Radijsje vroeg:"Eh.. Banaantje? Wat stond daar nu eigenlijk?" "Al sla je me dood, ik zou het niet weten Radijsje.." antwoordde deze en ze besloten dat het beter was om iemand te zoeken die er meer verstand van had. Zoals mevrouw Selderij bijvoorbeeld.
Mokkend liepen de Radijs en de Banaan door het veld, naar beneden turend om te kijken of mevrouw Selderij naar boven wilde komen. Ze stampten hard op de grond, maar ook dat hielp niet. Toen hoorden ze ineens een stem boven hun hoofd die riep:"Banaantje, Radijsje, help mij!"
Banaantje schrok op en viel tegen Radijsje aan, die daarop met z'n snuit op de grond viel. "-spllt- Wat waf dat?" vroeg deze beduusd, terwijl hij wat gras en aarde uitspugde. "Dat leek de stem van mevrouw Selderij wel!" zei Banaantje.
"Luister goed vrienden," klonk de stem weer, "De kiwi's waar ik het eerder over had hebben mij vastgebonden en meegenomen naar de Ondergrondse Tempel van de Heilige Kiwi. Ze willen mij opofferen aan hun God genaamd Hasldakflag'ask! Ga naar de Populier met de Blauwe bladeren 50 meter ten oosten van de slakom. Daar vind je een knopje van de lift naar de tempel. Kom gauw, vrienden, voordat *kggggk -klik- tuutuutuutuutuut..*" De stem viel weg.
"Hemeltjelief, hoorde je dat, Radijsje.. ee moeten haar redden!" zei Banaantje. Radijsje begon te piepen, maar toen Banaantje hem even streng aankeek zei hij: "OK Banaantje.. maar dan moet jij wel voorop anders durf ik niet!"
Banaantje zuchtte, pakte Radijsje bij z'n bladgroen en trok hem mee richting het oosten..
--
Tegensputterend liep het bange radijsje achter Banaantje aan, die ook wel angstig was maar het niet liet merken."AUWWWWW!"kermde banaantje plotseling, hij had zijn voet weer 's tegen iets hards gestoten, boos gaf hij er nog 'n trap tegenaan met zijn andere voet, dat had hij beter niet kunnen doen,"AUWW grrr SPLIT SNIT SNITTERDE SPLIT" riep hij van pijn en woede.
"Ognogtoe wat kan jij vloeken zeg" zei Radijsje geschokt met een hand voor zijn mond, "waar heb je je nou weer aan gestoten?"
"Toch leuk dat je dat nog vraagt!" zei Banaantje nijdig, "hieraan natuurlijk" en hij pakte 'n dikke tak van de grond, die veel weg had van een honkbalknuppel."Aha dat is heeel mooi!" riep Radijsje.
"Nah! wat bedoel je halve zool, dat ik twee beurse grote tenen heb?" riep Banaantje nog steeds boos. "Welnee" zei z'n kogelronde gabbertje, "dat stuk hout bedoel ik, daar kunnen we ons uitstekend mee verdedigen tegen die kiwi's"
"Ja nou je 't zegt, dat is nog 's 'n goed idee" beaamde Banaantje, die al niet meer de "p" in had.
Met de houten knots op zijn schouder vervolgden hij snel de weg naar het oosten, gevolgd door 'n Radijsje dat nu rustiger was, ze hadden immers een goed verdedigingsmiddel tegen de geweldadige harige kiwi's bij zich. Die arme arme mevrouw Selderij zat daar maar gevangen bij die gemene loeders, wie weet wat ze met haar deden, brr Radijsje wilde er niet aan denken,uit medelijden werd hij dapper.
"Si si waar gaat dat henen?" riep een opgewekte stem hen, Banaan en Radijs keken omhoog,en ze zagen een lange rietstengel die zachtjes heen en weer bewoog op de zwoele wind.
"Wij gaan mevrouw Selderij redden uit de klouwen van de kiwi's die haar gegijzeld hebben" zei Banaantje , zichzelf en Radijsje kordaat voorstellend aan de wuivende stengel die zich introduceerde als de beroemde "Openraamzanger" Ratterotti. Ook bood hij aan, gaarne te willen helpen bij de bevrijding van Mevrouw Selderij(want hij was in't geheim al jaren dodelijk smoorflieft op haar!)
En zo gingen ze met zijn drieen op pad, versterking was nooit weg zei Banaantje wijs.Ratterotti zong ondertussen het beroemde "O Soal-le Video" Banaantje en Radijsje kregen er tranen van in hun ogen, zo mooi klonk het, "en" zei de zanger gul, "het kost geen euro's omdat we amigo's zijn. Nu vervolgden ze samen vrolijkhet ravioli lied zingend hun weg.
Plotseling konden ze niet verder, een enorme pad zat midden op de weg, en was zo te zien niet genegen een stukje opzij te gaan voor onze vrienden.
"Dag meneer, mogen we er alstublieft even langs?" vroeg banaantje beleefd. Maar de dikke pad antwoorde hem: "Waarvoor broer? Ga zelf 'n stukkie opzij voor je ikkes je eiges en je selves, ik ga voor jou die moeite niet doen hoor, och gut mooi niet! ech nie! REKKEK!!"
"Maar we MOETEN er wel door omdat we iemand GAAN REDDEN!!!" schreeuwde Radijsje nu die nog roder werdt van nijd dan hij al was."PUH" zei de groene dikzak ik ga alleen opzij als...ff denke..als.. ik ook mee mag doen!"
"Al goed" riep Banaantje opgelucht, "volg ons maar"
"Nou dan mot 't maar REKKEK" zei de pad,ik heet Paddo, en ik ben wel te porre voor 'n avontuurtje"
"Het is niet voor de lol amigo, dat we zo aan de looppo's zijn" zei Ratterotti. "Nee dat is zo" zei Radijsje die weer afgekoeld was, "we moeten snel mevrouw Selderij bevrijden van de kiwi's"
"Dat zuigt" zei Paddo,"die kiwi's benne 'n stelletje torrebakkekoppe, maar geen nood, ze seinne as de dood voor ouwe Paddo, trouwe's ik lust ze rouw HAHAHA REKKEK!"
*hier had jouw tekening kunnen staan*



DE REIS VAN ANANASJE

(C)opyright 2003 - Marnix Hemmes
..het bekijken en lezen van deze teksten mag, VOOR DE REST NIETS (wat de teksten betreft tenminste)..



Dit is een van de vervolgverhaaltjes die ik via het internet ben begonnen. Her en der is het in de loop der tijd aangevuld door enkele mede-forummers, waarna ik het geheel weer heb gepoogd terug te vormen tot dit nog incomplete, spannende relaas:





Hoofdstuk 1: Ananasje vindt een brief

Het was een zwoele zomeravond op het strand van Ananas-eiland. Onderaan een grote kokospalm waaraan jonge kokosnoten vrolijk aan het bungelen waren, zat Ananasje de Ananas mijmerend voor zich uit te staren over de zee.

'Goh,' dacht hij, 'Wat is de zee toch mooi zeg.. en zo groot! Zoveel groter dan Ananas-eiland, en zo veel blauwer ook..' Ananasje slaakte een zucht. Wat zou hij toch graag eens op reis willen, de wijde wereld in zoals Opa-Ananas dat altijd noemde. Hij had al vele verhalen gehoord over grote steden met tropische zwembaden, cocktailbars, restaurants met hele nette mensen.. Maar nog nooit had hij een van die dingen gezien.

Op Ananas-Eiland wonen geen nette mensen. Alleen maar vieze mensen met haar op hun tanden en stinkende oksels, die de hele dag niet meer doen dan vis eten, 'oegh oegh!' zeggen en met een knuppel op een steen slaan om muziek te maken. En zwemmen zou je hier in de zee kunnen doen, maar dat is reuze gevaarlijk! Want de zee zit vol met haaien, en die zijn dol op ananassen.
En wat restaurants en cocktailbars waren wist Ananasje niet, maar het klonk reuze spannend!

De zon ging onder en de zee werd rood gekleurd. De kokosnoten boven Ananasjes hoofd waren inmiddels in slaap gevallen en een zacht kokosgesnurk klonk door het ruisen van de zee heen. 'Weer niets gebeurd vandaag..' dacht hij weemoedig, en stond op om richting het Grote Ananaswoud te gaan lopen.

Plots plokte er vanuit het water iets tegen zijn ananasvoetjes aan. Ananasje keek naar beneden en zag daar iets. een grote, groene champagnefles was aangespoeld op het strand en er zat zowaar nog iets in ook. Het was geen champagne wat er in zat, maar iets nog veel spannenders: een brief! Vlug haalde hij de kurk van de fles en frummelde de brief er met enige moeite uit. Helaas kon ons Ananasje alleen niet lezen. 'Maar Opa-Ananas weet alles!' dacht Ananasje enthousiast, en hij rende het Grote Ananaswoud in, terug naar huis.

Ananasje rende zo snel zijn ananasvoetjes hem dragen konden door het Grote Ananaswoud naar huis. Hun huis was vlakbij de Ananassenstruikenbuurt. De meeste Ananassen woonden in ananasplanten, maar omdat Papa- en Mama-Ananas zulke goede vrienden waren met de Dadelpalmdadels hadden ze een huisje gekregen bovenin een echte dadelpalmboom. Daar woonde hij samen met Mama-Ananas en Papa-Ananas bovenin tussen de palmbladeren. Opa-Ananas was momenteel bij hen aan het logeren, want Opa's struikje was kapot gewaaid door de wind en moest weer aangroeien.

Mama-Ananas zat rustig in haar zetel samen met Papa-Ananas een glaasje regenwater te drinken toen Ananasje buiten adem de trap op het huisje binnen gestormd kwam. Hij had nog net genoeg adem over om "Waar is Opa-Ananas?" te puffen voor hij op zijn ananaskontje op de grond belandde van vermoeidheid. Zijn ouders zaten hem een beetje raar aan te kijken en net toen ze hem wilden vragen wat er aan de hand was klonk het geluid van de Ananas-lift die omhoog kwam. De liftdeuren gingen open en Opa-Ananas schuifelde de lift uit, steunend op zijn wandelstok. Ananasje sprong meteen op en botste hem in zijn ananasserig enthousiasme bijna omver toen hij hem de logeerkamer in duwde, alwaar hij hem in het grootste geheim de brief liet zien.

Opa-Ananas was wel wat rare acties van Ananasje gewend en ging rustig in zijn schommelstoel zitten. Ananasje spurtte nog even naar de huiskamer om Opa's bril te pakken, die hij onderweg nog even oppoetste met een bananenschil. Opa-Ananas fronste zijn verfrommelde Ananasgezicht om zijn bril er goed op te kunnen zetten en bekeek de brief. Terwijl hij zat te lezen mompelde hij dingen als 'Zooooozooooo...' en 'Hmmmmm....'. Ananasje werd nu wel heel erg nieuwsgierig en trappelde rondjes om Opa-Ananas heen uit ongeduld. Hij begon te roepen: "Wat dan Opa, wat dan?"
Opa pakte zijn stok en sloeg richting Ananasje, die snel wegsprong. "Niet zo onrustig knul, daar word ik doodmoe van. Ik zeg het je zo..." Maar Ananasje kon zich niet stil houden en rende nog steeds ongeduldig rond, totdat hij het niet meer uithield en voor Opa-Ananas op de grond ging zitten. Toen zei Opa: "Luister goed jongen, dan zal ik je eens wat vertellen.." waarna hij in een diepe slaap viel.


Hoofdstuk 2: Ananasje en Dadeltje

Ananasje keek Opa-Ananas verbijsterd aan en ging wat met zijn ananasduimen zitten draaien. Hij durfde hem niet zomaar wakker te maken, straks zou hij nog boos worden en dan zou hij helemaal niet meer vertellen wat er in die brief stond. "Wat nu, wat nu?" dacht Ananasje. Na een poosje werd hij het gesnurk van Opa-Ananas beu en besloot een wandelingetje te gaan maken langs de Openbare Visvijver totdat hij wakker zou worden. Ondertussen mijmerde hij over wat er in de brief zou kunnen staan...

De Openbare Visvijver was een klein vijvertje midden op Ananas-eiland waar alle Ananaskindertjes samen kwamen spelen. In de vijver zwommen allemaal kleine visjes die, als ze opgegroeid waren tot grote visjes, door het Grote Kleine Ananasbeekje zo de grote zee in zwommen. Vanaf daar konden ze de hele wereld rondzwemmen, zo had Opa-Ananas eens verteld. "Jammer dat ik geen vissentaal spreek," zuchtte Ananasje, "anders had ik gevraagd of ik eens mee mocht."

- "Waar mee, ga je ergens heen?" vroeg een nieuwsgierig stemmetje. Het was zijn vriendje Dadeltje de Dadelpalmdadel, die bij de rivier zijn vruchtvlees aan het wassen was.
- "Was het maar zo'n feest," zei Ananasje, "hier gebeurt nooit wat." Dadeltje schudde vluchtig de waterdruppels van zich af en liep naar Ananasje toe.
- "Ach zeurpiet! Wat is er mis met Ananas-eiland?"
- "Nou.."
- "Zon, zee, strand, een prachtig uitzicht over de Ananassenzee, wat wil je nou nog meer?"
- "Ik wil avontuur!"
- "Avontuur?" Dadeltje was even stil en zei toen: "Wat is dat, avontuur?"
Ananas wees naar de Openbare Visvijver en zei:"Zie je dat?"
- "Wat, water?"
- "Dat is avontuur!"
- "Water is avontuur?"
- "Niet het water, suffie, de vissen!"
- "Je gaat me toch niet zeggen dat je een vis wilt worden?"
Ananasje zuchtte diep en zei:"Nee Dadeltje, ik wil geen vis worden. Ik wil de wereld zien, net als de vissen. Ik wil reizen naar de grote stad, ik wil restaurants zien en cocktailbars, ik wil.."
- "Wat zijn cocktailbars?" onderbrak Dadeltje hem.
- "Ehm.. ja dat weet ik ook niet, maar het klinkt heel spannend!"

Nu vertelde Ananasje Dadeltje van de fles met de brief die hij daarnet gevonden had en dat Opa-Ananas wist wat er in die brief stond. "En weet je wat ik denk, Dadeltje?"
- "Nou?"
- "Ik denk dat die brief voor avontuur gaat zorgen!"

Dadeltje dacht even na en vroeg toen:"Zeg Ananasje?"
- "Ja Dadeltje?"
- "Als jij op avontuur gaat, mag ik dan mee?"
- "Natuurlijk mag je dat, Dadeltje! Maar dan moet Opa-Ananas wel eerst wakker worden, anders weet ik niet hoe we op reis moeten gaan." Dadeltje gaf Ananasje een knipoog en zei: "Laat dat maar aan mij over!"

Dadeltje hobbelde voor Ananasje uit richting een vreemd ogende struik. De struik had hele kleine, rode, vierkante blaadjes en er groeiden blauwe bloemetjes aan.
- "Help eens even mee," zei Dadeltje en hij begon met het plukken van de blaadjes.
- "Wat doe jij nou?" vroeg Ananasje.
- "Dit is de Rojopepastruik," antwoordde Dadeltje, "met deze baadjes ga ik een drankje maken wat ervoor zal zorgen dat je opa de komende 24 uur niet meer in slaap zal vallen!" Ananasje knikte goedkeurend en begon nu ook mee te plukken.

Toen ze klaar waren gingen ze naar Ananasjes huis en snelde de keuken in. Mama-Ananas keek ze vanuit de huiskamer verbaasd aan en mompelde tegen Papa-Ananas:"Waar zijn die kinderen toch mee bezig?" "Ach schat, laat ze maar," zei Papa-Ananas, "het zal wel loslopen."
Ananasje pakte een groot glas uit de kast en vulde dat met warm water. Vervolgens deed Dadeltje de vierkante blaadjes een voor een in het water, waarop deze spontaan oplosten en het water een rode kleur kreeg. Toen het laatste blaadje opgelost was zei Dadeltje trots: "Ziezo, dat is klaar!"

Ze liepen naar de slaapkamer, waar Opa-Ananas nog altijd aan het slapen was. Zijn mond stond wijd open en hij maakte luide snurkgeluiden. Voorzichtig goot Dadeltje het drankje in Opa's mond. Het gesnurk stopte spontaan. Opa-Ananas' hoofd werd net zo rood als het drankje zelf en zijn ogen sprongen open..


 

*WORDT VERVOLGD...*
Ananasjes filosofische spin-off
(C)opyright 2003 - Marnix Hemmes
..het bekijken en lezen van deze teksten mag, VOOR DE REST NIETS (wat de teksten betreft tenminste)..



- “Banaantje?”
- “Ja wat is er, Ananasje?”
- ”Geloof jij in hoop?”
- “Hoe bedoel je dat?”
- “Nou.. denk jij nou dat het zin heeft, dat hopen? Of is dat een tevergeefse bezigheid, aangezien dingen toch gaan zoals ze gaan?”

Banaantje keek Ananasje bevreemd aan, dacht daarna diep na en zei:
- “Tja, dingen gaan altijd zoals ze gaan, dat lijkt me logisch.. maar waarom zou je dan niet mogen hopen?”
Ananasje leek het niet eens te horen en keek nog steeds voor zich uit de leegte in.

- ”Banaantje, wat is hoop eigenlijk?”
Banaantje stond op, liep voor het blikveld van Ananasje een eindje de leegte in en grabbelde in zijn broekzak. Vervolgens hurkte hij op z’n bananenknietjes en legde iets op de grond. Toen liep hij terug en ging weer naast Ananasje in de puree zitten.
- “Wat deed jij nou, Banaantje?”
- “Kijk maar.”

Ananasje tuurde in de grijze massa naar de plek waar Banaantje door de knieën ging. Hij zag in de verte iets liggen, maar hij kon er geen enkele vorm, grootte, kleur of geur aan toe-eigenen.
- ”Ik zie iets..”
- “Het is van jou”
- “Wat is het?”
- “Kijk maar goed”

Ananasje kneep z’n ogen toe en reikte met z’n nek naar voren om het beter te kunnen ontwaren. Even leek er een twinkeling van het voorwerp af te komen, maar wat het was nog steeds niet duidelijk.

Nu begonnen de radertjes in het hoofd van Ananasje te werken. “Ik zal er toch naar toe moeten gaan om te weten wat het is” dacht hij, en hij stond op. Het duurde erg lang voordat hij zijn voeten loskreeg, de puree was al bijna hard geworden, maar zijn nieuwsgierigheid overwon en een voor een schoten z’n voetjes los. Langzaam liep hij naar het voorwerp toe, wat nu steeds meer begon te schitteren en almaar groter leek te worden. Hoe dichter hij bij kwam, hoe mooier het leek te worden.

- ”Waarom ben je opgestaan?” klonk Banaantjes stem van achter hem.
Ananasje bleef voor zich uit kijken naar de glinstering en antwoordde toen: “Omdat ik wil weten wat dat is.”
- “Zo, en waarom wil je dat weten?”
- “Nou.. nou.. het ziet er zo mooi uit enneh..”
- “En?”
- “En het is voor mij toch?”
- “Het is ván jou, Banaantje, niet vóór jou..”
- “Oh.. Ok, ván mij dan”
Ananasje draaide zich weer om richting het voorwerp.
- “Zeg Ananasje?”
- “Ja wat nu weer?”
- “Weet je zeker dat het veilig is?”

De laatste zin weerkaatste in het niets en leek bij elke echo steeds luider terug te komen. Een ijzige wind stak op en plotseling kon Ananasje zich niet meer bewegen.. Ja daar zei Banaantje zo wat... wat nou als het voorwerp gevaarlijk was? Maar nee, dat kan niet, Banaantje had het tenslotte zelf neergelegd, en Banaantje was wel te vertrouwen, toch?

”Banaantje ..Banaantje?!” Er kwam geen antwoord, en Ananasje draaide zich met een ruk om. Er was niemand, en er was niets. Hij snapte er niets meer van en een groot gevoel van angst overviel hem toen hij weer richting het voorwerp keek. Het voorwerp was nu fel rood van kleur en torende meters hoog boven hem uit. De wind waaide steeds harder en nu begon het ook te onweren. Waar was Banaantje nou met z’n aanwijzingen en wijze raad? Had hij hem in de steek gelaten?

Ananasje stond op het punt door z’n voeten te zakken toen de grond onder zijn voeten begon weg te brokkelen. “Ik kan nog maar één kant op” dacht hij en hij rende richting de rode gloed.

Bliksemstralen flitste langs hem heen en de ijzige wind ging nu gepaard met wind en hagel. Hij rende zoals hij nog nooit gerend had en geen moment kon hij zijn blik afwenden van het voorwerp, wat nu constant van kleur en vorm en grootte aan het veranderen was. Blauw en rond, Plat en zwart, groen en vierkant, van lichtjaren hoog tot aan nanometers klein.

Ananasje was nu kilometers ver weg van de puree waar hij begon en het begon langzaam maar zeker tot hem door te dringen: Er was helemaal geen Banaantje.