Wegens succes ontstond ook dit tweede deel van onze gele vriend. Lees het maar snel! Eigenlijk is dit het tweede deel van het tweede deel, maar wat er hiervoor getypt was kan ik niet meer vinden helaasch!
Het was donker. Banaantje voelde een ontzettende pijn in z'n hoofd terwijl hij weer bij bewust zijn kwam. 'Wat is er toch gebeurd?' vroeg hij zich aldoor af. Het laatste wat hij zich kon herinneren was dat hij op zoek was naar z'n hagelslagje en op miraculeuze wijze in het paradijs terecht gekomen was, waar hij moest vluchten voor een blote mevrouw met een vijgeblad om haar middel.
Hij tastte wat om zich heen en merkte dat z'n omgeving warm en vochtig was. Goed bewegen kon hij zich niet, het leek alsof hij in een soort koker gewikkeld was. Toen herinnerde hij het zich weer: de slang! 'De paradijstuinslang had me opgegeten!'
Nou daar zat ie dan mooi mee. Op deze manier kon hij nooit z'n teerbeminde hagelslagje te pakken krijgen. Er restte hem slechts 1 oplossing voor dit probleem: de slang moest hem uitkotsen.
Nougoed, Banaantje baande zich een weg naar de huig van de slang en sloeg er een paar keer tegenaan. Dit leek aardig te helpen, de slang schokte met heel z'n lichaam en spoog al z'n middageten de paradijselijke vlaktes op. Half verteerde muisjes, bosbessen, wormen, maagzuur.. alles lag nu buiten de slang, inclusieg de held van dit verhaal: banaantje.
Maar hoe nu verder?
Banaantje, die door zijn verblijf in de maag van de Paradijstuinslang absoluut niet meer wist welke aanwijzingen hij meegekregen had om zijn hagelslagje te vinden, wist helemaal niet meer waar hij het zoeken moest. Hij besloot terug te keren naar aarde, want hij begon Mandarijntje inmiddels wel enorm te missen. Maarja, wat zou zij van hem vinden nu hij niet meer in staat zou zijn met haar te communiceren? En wat zou hun nageslacht nou wel niet moeten denken?
Al tobbend liep de gekromde held rond, op zoek naar de lift, toen hij ineens de aarde onder z'n voeten voelde verdwijnen. Hij keek naar beneden en merkte dat hij per ongeluk de lift voor bij gelopen was en over de rand van het Paradijs gestapt was.
Met een noodvaart viel Banaantje naar beneden, en hij zou het zeker niet overleefd hebben, als er zojuist niet een pelikaan voorbij vloog. De Pelikaan had die dag hard gewerkt bij de Haringvisserij en was onderweg naar z'n vrouw en kinderen. Vermoeid sperde hij z'n bek open om te gapen en daar viel onze Banaan binnen. *spletsjj!* klonk het, terwijl hij in de -hoenoemjedat- snavelzak belandde, midden tussen een dozijn vers geschepte zure haringen..
De Pelikaan had die dag hard gewerkt bij de Haringvisserij en was onderweg naar z'n vrouw en kinderen.
Vermoeid sperde hij z'n bek open om te gapen en daar viel onze Banaan binnen. *spletsjj!* klonk het, terwijl hij in de
-hoenoemjedat- snavelzak belandde, midden tussen een dozijn vers geschepte zure haringen..
De haringen waren niet erg gecharmeerd van Banaantje's spontane inval in de pelikanenbek. Ze waren net bezig een potje te klaverjassen en nu lagen alle kaarten door elkaar. 'Kijk nou eens wat je doet, achterlijke kromme tentharing!' zeiden ze verontwaardigd en ze begonnen Banaantje heen en weer te duwen. Banaantje werd hierdoor erg misselijk en kotste de zure haringen onder, die hierdoor nog zuurder werden dan voorheen. Toen waren ze weer stil.
De pelikaan, die overigens Pjottr heette, was inmiddels bij z'n nestje beland aan de branding van de zee en riep vrolijk tegen z'n familie: 'Kwraaawk!', wat zoveel betekent als 'Daar ben ik weer!' 'Ah das mooi,' kwraawkte z'n vrouw terug, 'ik begon net honger te krijgen, Jantje heeft heel m'n krop leeggegeten.' Pjottr sperde z'n bek open en Banaantje, nu een beetje groen aangeslagen, keek recht in de ogen van de vrouwtjespelikaan.
'Gadverdamme schat, er heeft een banaan in je snavelzak gekotst!' riep ze. Hierop keerde Pjottr onmiddelijk z'n krop om en Banaantje viel met alle haringen uit de krop op de rotsen. Banaanjes hoofd werd voor een tweede keer een beetje beurs maar hij maakte dat hij wegkwam voordat de pelikaan Pjottr hem fijn kon stampen met z'n gevaarlijke zwemvliespoten....
Banaantje rende voor z'n leven maar zag dat hij het einde van de rotskust had bereikt. Hij keek over de rand en zag dat hij enkele meters boven een rotsbodem gebogen stond. Achter hem kwam echter Pjottr de Pelikaan weer aan en in een moment van verstandsverbijstering sprong hij over de rand en stortte zich ter aarde.
Terwijl Banaantje de rotskust op zich af zag komen schoot z'n leven aan hem voorbij. Hij zag in een flits hoe hij als jong banaantje voor het eerst de duisternis van z'n bananenschilletje tot zich nam. Hij zag hoe hij voor het eerst kennismaakte met de buitenwereld. Hij zag z'n hagelslagje prijkend in z'n keel terwijl hij bijna dreigde te stikken. Maar vooral zag hij zijn teerbeminde Mandarijntje. Hij dacht: 'als dit m'n laatste gedachten zijn, laat ik er dan in elk geval iets moois van maken.' In z'n gedachtenbeeld lag hij in bed in de armen van Mandarijntje, samen gorgelend uit het raam starend naar de zonsopgang. De vogeltjes fluitten, de bijtjes zoemden en een geur van vers gemaaid gras hing in de kamer.
En met die gedachte viel de Banaan in stukken op de rotskusten van Noord-Ierland, om later opgepeuzeld te worden door een groep hongerige zeemeeuwen. Hij heeft z'n hagelslagje nooit meer terug kunnen vinden, maar z'n liefde voor Mandarijntje is tot op de dag van vandaag nimmer verdwenen.
No comments:
Post a Comment